Update speelzand: risico volgens RIVM klein, onderzoek NVWA loopt door
De onrust rond mogelijk asbest in speelzand is nog niet voorbij, maar er is wel meer duidelijkheid gekomen. Waar eerder vooral werd gewacht op onderzoeksresultaten, heeft het RIVM inmiddels twee risicobeoordelingen gepubliceerd. Tegelijkertijd laat de NVWA weten dat het eigen onderzoek nog loopt. Wat betekent dat voor de praktijk van gastouders?
RIVM: kans op gezondheidseffecten heel klein
Het RIVM onderzocht de mogelijke risico’s voor kinderen die met speelzand spelen en voor medewerkers in de kinderopvang en op basisscholen. De uitkomst is duidelijk: de kans op gezondheidseffecten is volgens het instituut heel klein. Dat heeft vooral te maken met de beperkte blootstelling en de lage hoeveelheden vezels waar het om gaat. In combinatie met ventilatie en normaal schoonmaken blijven de concentraties zo laag dat extra maatregelen, zoals saneren, niet nodig zijn. Tegelijkertijd plaatst het RIVM daar een belangrijke kanttekening bij. Asbest hoort simpelweg niet thuis in producten waar kinderen mee spelen. Vanuit dat perspectief blijft het belangrijk om blootstelling zoveel mogelijk te voorkomen.
Onderzoek NVWA nog niet afgerond
Hoewel het RIVM meer zegt over de risico’s, is nog niet duidelijk in welke producten daadwerkelijk asbest zit. Dat onderzoek ligt bij de NVWA en is nog in volle gang. De toezichthouder voert eigen laboratoriumonderzoek uit en beoordeelt per product wat de mogelijke gevolgen zijn. Dat proces kost tijd, omdat het zorgvuldig en volgens vaste wettelijke kaders moet gebeuren. De verwachting is dat binnen enkele weken een overzicht verschijnt van alle onderzochte speelzandproducten, met per product de uitkomst.
Voorzichtigheid blijft leidend
In afwachting van die resultaten blijft het eerdere advies overeind: gebruik voorlopig geen speelzand. Brancheorganisaties zoals BK, BMK, BVOK en Nysa pleiten voor een voorzichtige aanpak. Dat sluit aan bij de arboregels, waarin staat dat je een mogelijk schadelijke stof vervangt als dat kan. In het geval van speelzand is dat goed mogelijk, omdat er alternatieven beschikbaar zijn. De lijn is daarmee helder: het risico is klein, maar vermijden waar mogelijk heeft de voorkeur.
Wat betekent dit voor gastouders?
Gastouders zijn niet apart onderzocht, maar werken in de praktijk met dezelfde materialen als de kinderopvang. Daarom ligt het voor de hand om dezelfde voorzorgsmaatregelen te volgen. Dat betekent in de praktijk dat veel gastouders er nu voor kiezen om speelzand tijdelijk niet te gebruiken en over te stappen op andere speelmogelijkheden. Tegelijk is het verstandig om de ontwikkelingen te blijven volgen, zeker met het oog op de resultaten die binnenkort worden verwacht.
Speelzand weggooien: zorgvuldig handelen
Wie speelzand uit voorzorg wil wegdoen, krijgt het advies om dat zorgvuldig te doen. Door het zand eerst nat te maken en vervolgens dubbel te verpakken in een stevige plastic zak, voorkom je dat eventuele vezels vrijkomen. Daarna is het belangrijk om contact op te nemen met de gemeente of afvalinzamelaar. Zij kunnen aangeven hoe het materiaal veilig afgevoerd kan worden. Het wordt afgeraden om speelzand zomaar bij het restafval te doen.
De komende periode draait vooral om duidelijkheid vanuit het NVWA-onderzoek. Zodra bekend is welke producten wel en geen asbest bevatten, wordt ook duidelijk welke maatregelen eventueel nodig zijn. Tot die tijd blijft het een kwestie van zorgvuldig omgaan met onzekerheid: de risico’s zijn volgens het RIVM klein, maar voorzichtigheid blijft het uitgangspunt.
Zodra er nieuwe informatie beschikbaar is, volgt opnieuw een update.