Tijdelijk geen opvang: wanneer volgt uitschrijving uit het LRK?
Wat gebeurt er met de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang als een gastouder tijdelijk geen kinderen opvangt? Die vraag komt regelmatig terug, zeker in periodes van ziekte, zwangerschap of wanneer er tijdelijk geen vraag is van ouders. Een periode zonder opvang betekent niet automatisch dat een gastouder wordt uitgeschreven uit het LRK. Dat blijkt uit de regels in het Besluit register kinderopvang.
Op grond van artikel 8, lid 1b kan een gemeente een voorziening voor gastouderopvang uit het register verwijderen als blijkt dat de houder de opvang niet langer exploiteert. Met andere woorden: als de opvang daadwerkelijk is beëindigd. Maar daar zit nuance in.
Is er sprake van een tijdelijke onderbreking, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschap of een korte periode zonder plaatsingen, dan kan de voorziening nog steeds als ‘in exploitatie’ worden beschouwd. Voorwaarde is wel dat er duidelijk perspectief is op hervatting van de opvangwerkzaamheden binnen afzienbare termijn. De beoordeling ligt altijd bij de gemeente. Die maakt per situatie een afweging. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de intentie van de gastouder om weer te starten en naar de concrete vooruitzichten op nieuwe opvang. Als een gemeente concludeert dat er geen sprake meer is van exploitatie, volgt uitschrijving uit het LRK voor de betreffende locatie. Dat kan gevolgen hebben voor de mogelijkheid van ouders om kinderopvangtoeslag te ontvangen.
Voor gastouders is het daarom belangrijk om bij een langere periode zonder opvang tijdig contact te houden met zowel de gemeente als het gastouderbureau. Door duidelijk te maken dat de onderbreking tijdelijk is en dat er zicht is op hervatting, kan onnodige uitschrijving vaak worden voorkomen.
De kern: geen opvang betekent niet automatisch einde registratie, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de gemeente.