Kinderen tekenen wat ze weten, niet wat ze zien

Datum: 22-06-2026

Een zon in de bovenhoek, een huis met een boom ernaast, een poppetje met veel te grote handen. Kindertekeningen lijken willekeurig, maar ze volgen een herkenbaar patroon. En dat patroon vertelt je iets over hoe een kind de wereld begrijpt.

Tekenen is voor jonge kinderen niet hetzelfde als voor volwassenen. Een volwassene tekent wat hij ziet. Een kind tekent wat hij weet. Dat klinkt als een subtiel verschil, maar het is fundamenteel. De Franse filosoof en onderzoeker Georges-Henri Luquet formuleerde het al in de vroege twintigste eeuw: kinderen tekenen niet de werkelijkheid zoals die eruitziet, maar zoals ze die in hun hoofd hebben. Dat verklaart veel. Het verklaart waarom een kind een huis tekent met meubels die door de muren heen zichtbaar zijn. Waarom een poppetje soms zes vingers heeft aan één hand, want zes voelt als veel, en veel is goed. En waarom die zon altijd in de hoek staat: dat is waar hij hoort in het hoofd van een kind. Boven. Opzij. Er altijd.

Fasen in de tekenontwikkeling
De ontwikkeling van kindertekeningen verloopt in herkenbare fasen, die samenhangen met de cognitieve ontwikkeling van het kind:

  • Rond 1-2 jaar beginnen kinderen met krabbelen, geen voorstelling, wel motorisch plezier. De hand beweegt, er verschijnen lijnen. Dat is al een prestatie.
  • Rond 2-3 jaar krijgen de krabbels betekenis, maar achteraf. Een kind maakt een rondje en zegt daarna: “Dat is mama.” De betekenis volgt het tekenen, niet andersom.
  • Rond 3-4 jaar begint het kind van tevoren te bedenken wat het gaat tekenen. Het resultaat is vaak nog abstract, maar de bedoeling is er. Dit is een belangrijke stap in de cognitieve ontwikkeling.
  • Rond 4-6 jaar verschijnen de herkenbare figuren: het poppetje, het huis, de boom, de zon. En inderdaad: die zon staat in de hoek, het huis heeft altijd een deur en een raam, en de mensen zijn vaak groter dan het huis. Want mensen zijn belangrijk. Huizen niet.

Je hoeft geen tekentherapeut te zijn om kindertekeningen te kunnen duiden. Maar even goed kijken loont. Wie tekent een kind? Hoe groot zijn die figuren ten opzichte van elkaar? Welke kleuren kiest het kind, en veranderen die plotseling?
Tekeningen zijn geen diagnostisch instrument, maar ze zijn wel een venster. Op wat een kind bezighoudt, op waar het in zijn ontwikkeling staat, en soms op wat het nog niet in woorden kan zeggen.

Bronnen:
Luquet, G.H.  onderzoek kindertekeningen (via Verken je Geest / Pedagogiek Blog, maart 2026) | Breeuwsma, G. – De ontwikkeling van de kindertekening, Pedagogiek Blog 2026 | Zwijsen.nl  De ontwikkeling van kindertekeningen