Nieuw financieringsstelsel kinderopvang vanaf 2029: dit is de stand van zaken
Het kabinet wil verder met een nieuw financieringsstelsel voor de kinderopvang. De bedoeling is dat dit stelsel op 1 januari 2029 ingaat. De kinderopvangtoeslag zoals we die nu kennen verdwijnt dan. In plaats daarvan betaalt de overheid een subsidie rechtstreeks aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Het wetsvoorstel is nog niet definitief. Na de internetconsultatie wordt advies gevraagd aan de Raad van State. Daarna gaat het voorstel naar de Tweede Kamer. Dat staat naar verwachting in het najaar van 2026 op de planning. Ook de Eerste Kamer moet daarna nog met het voorstel instemmen.
Wat verandert er voor ouders?
Het nieuwe stelsel moet kinderopvang eenvoudiger maken en ouders meer zekerheid geven. Ouders hoeven straks geen kinderopvangtoeslag meer aan te vragen en wijzigingen niet meer steeds zelf door te geven. Zij melden zich in principe één keer aan bij de overheid. Ook moet het risico op grote terugvorderingen verdwijnen. De overheid stelt vooraf vast of ouders recht hebben op de vergoeding. Een andere belangrijke verandering is dat de hoogte van de vergoeding niet meer afhankelijk is van het inkomen. Alle werkende ouders krijgen hetzelfde vergoedingspercentage. De overheid wil 96 procent van de maximum uurprijs vergoeden. Kosten die een aanbieder boven die maximum uurprijs rekent, blijven voor rekening van ouders. Voor het nieuwe stelsel stelt het kabinet structureel miljarden extra beschikbaar.
Ook aandachtspunten en zorgen
Tegenover de voordelen staan ook zorgen. BOinK wijst er bijvoorbeeld op dat ouders in het nieuwe systeem sterker afhankelijk worden van de kinderopvangaanbieder, terwijl hun positie volgens de belangenorganisatie onvoldoende wordt versterkt. Ook de gegevens die kinderopvangorganisaties doorgeven aan Dienst Toeslagen zijn een aandachtspunt. Ouders moeten voldoende inzicht krijgen in welke gegevens over hun opvang worden aangeleverd. Daarnaast blijft de arbeidseis bestaan. Dat kan lastig zijn voor bijvoorbeeld zzp’ers en ouders met wisselende of oproepcontracten. Ook profiteert niet iedere inkomensgroep evenveel van de hogere vergoeding. Ouders met lage inkomens ontvangen nu al een hoge vergoeding via de kinderopvangtoeslag. Voor hen is het financiële voordeel daardoor kleiner dan voor veel ouders met midden en hogere inkomens.
Wat betekent dit voor de gastouderopvang?
Ook de gastouderopvang valt onder het nieuwe financieringsstelsel. In het wetsvoorstel staat dat de subsidie rechtstreeks wordt betaald aan kindercentra en gastouderbureaus. Daarmee verandert dus niet alleen de manier waarop ouders hun vergoeding krijgen, maar ook de geldstroom binnen de gastouderopvang. De precieze uitwerking is nog in ontwikkeling. Het is daarom te vroeg om nu al te zeggen wat alle praktische gevolgen voor gastouders en gastouderbureaus zullen zijn. KNGO blijft de ontwikkelingen rond het wetsvoorstel volgen. Zodra er meer duidelijkheid komt over de gevolgen voor de gastouderopvang, delen we die natuurlijk.