Tellen of begrijpen: waarom “1, 2, 3…” nog geen rekenen is
Veel jonge kinderen kunnen al vroeg tellen. Ze zeggen moeiteloos “1, 2, 3, 4, 5…” op, soms zelfs tot tien of verder. Toch betekent dat niet automatisch dat ze ook begrijpen wat tellen is. Tellen begint vaak als een rijtje woorden dat kinderen uit hun hoofd leren. Net als een liedje. Maar echt leren rekenen gaat een stap verder. Dan begrijpen kinderen dat elk getal ergens voor staat. Volgens het SLO en het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelen kinderen eerst telvaardigheid en daarna pas getalbegrip. Dat betekent dat een kind wel tot tien kan tellen, maar nog niet weet dat “drie” ook echt drie blokjes zijn.
Dat zie je bijvoorbeeld als je vraagt: “Geef mij drie blokjes.” Sommige kinderen pakken er dan een hand vol of blijven doorgeven. Ze kennen het rijtje, maar de koppeling met hoeveelheid ontbreekt nog. Voor gastouders is dat belangrijk om te weten. Je hoeft een kind niet te corrigeren omdat het “verkeerd telt”. Het helpt juist om spelenderwijs te oefenen met hoeveelheden.
Denk aan:
- Samen blokjes tellen en aanwijzen
- Bordjes uitdelen: één per kind
- Praten over meer, minder en evenveel
Door dit soort dagelijkse momenten leren kinderen stap voor stap wat getallen betekenen. Tellen is dus een mooie eerste stap. Maar pas als een kind begrijpt wat erachter zit, begint echt rekenen. Meer weten over deze ontwikkeling? Leden lezen meer in onze online kennisbank.
Bronnen:
- SLO
- Nederlands Jeugdinstituut
- Universiteit Leiden