Uitkomsten Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang 2018

Wat is de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang?

Met ingang van 2017 wordt de kwaliteit van de kinderopvang gemeten door een consortium van de Universiteit Utrecht en Sardes. De kwaliteit wordt gemeten
door gebruik te maken van observaties op de groep, video-opnamen aan de hand waarvan welbevinden, betrokkenheid en interactiegedrag van individuele kinderen worden beoordeeld, en interviews met pedagogische medewerkers, gastouders en leidinggevenden. Omdat de LKK tot (in elk geval) 2020 jaarlijks wordt herhaald, kunnen ontwikkelingen in de kwaliteit over meerdere jaren goed gevolgd worden. De LKK vormt daarmee een belangrijke bron van kennis en input voor het beleid rond kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang. Daarnaast worden er in de LKK instrumenten gebruikt die ook in andere landen gebruikt worden om de kwaliteit
te meten. Hierdoor wordt het mogelijk om internationale vergelijkingen te maken en te zien hoe de Nederlandse kinderopvang scoort ten opzichte van andere
landen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tamara van Ark over de resultaten

 'Al met al laten de resultaten laten zien dat kinderopvang in Nederland een stevige basis heeft en de kinderen in goede handen zijn bij de professionals die in de kinderopvang werken. Ook in internationaal verband staat de Nederlandse kinderopvang er goed op. Op grond van dit onderzoek is er geen aanleiding om de wetgeving rondom kwaliteit van de kinderopvang verder aan te passen. De positieve resultaten van dit onderzoek zijn in lijn met de uitkomsten van het SCPrapport Kijk op de kinderopvang (2018)3 die laten zien dat veel ouders erg positief zijn over de kwaliteit van hun eigen formele kinderopvang. Ik vind dit een groot compliment aan alle medewerkers die zich dagelijks inzetten voor de kwaliteit van de kinderopvang.'

Highlights uit de resultaten met betrekking op de gastouderopvang

De werving van gastouders bleek in verschillende opzichten in 2018 opnieuw veel lastiger dan bij de andere kinderopvangtypen het geval was. Het Landelijke Register Kinderopvang (LRK) bleek voor de sector gastouderopvang minder actueel en accuraat. Direct contact leggen via opgegeven telefoonnummers of emailadressen was aanmerkelijk moeilijker dan in de andere kinderopvangsectoren. Als er al direct contact was gelegd, was de bereidheid mee te werken veel geringer. Zowel in 2017 als in 2018 zijn de gewenste aantallen uiteindelijk niet gehaald. De conclusie is dat de steekproef gastouders niet als representatief kan worden gezien. De steekproef geeft mogelijk een te positief beeld van de situatie van de gastouderopvang in Nederland.

  • De gemiddelde emotionele proceskwaliteit is in alle kinderopvangtypen als voldoende tot goed. De gastouderopvang geeft een iets ander beeld. Hoewel de emotionele kwaliteit gemiddeld vergelijkbaar is met die van de andere opvangsoorten, is de variatie groter met opvallende uitschieters naar beneden.
  • De gemiddelde educatieve kwaliteit is in alle opvangtypen duidelijk lager. Hoewel de educatieve proceskwaliteit gemiddeld in alle opvangtypen op of iets boven de grens ligt van wat volgens de standaards van het meetinstrumentarium als voldoende kan gelden, is er sprake van grotere variatie dan bij de emotionele proceskwaliteit. Voor de gastouders is het beeld opnieuw anders. De uitschieters zijn in deze opvangsoort vaker, en ook extremer, naar beneden.
  • De werkbeleving van pedagogisch medewerkers en gastouders is overwegend positief. Zij ervaren gemiddeld een prettig collegiaal werkklimaat en hebben het gevoel betrokken te worden bij beslissingen binnen de organisatie. De ervaren werkstress is in het algemeen laag. Het aanbod aan professionaliseringsactiviteiten is gemiddeld matig, met matig-frequent pedagogisch-inhoudelijk overleg met collega’s of collega-gastouders en leidinggevenden. Dit beeld verschilt niet sterk tussen de opvangsoorten, met uitzondering van de gastouderopvang, waar de aandacht voor professionalisering duidelijk minder is.
  • De kwaliteit van de interacties die individuele kinderen hebben met pedagogisch medewerkers en gastouders is voldoende tot goed. De kwaliteit van de interacties met een gastouder zijn gemiddeld hoger, maar laat tegelijkertijd ook de grootste spreiding zien, wat duidt op grote verschillen tussen gastouders. Met betrekking tot de kwaliteit van de interacties die kinderen met andere kinderen hebben valt op dat de buitenschoolse opvang het gemiddeld genomen beter doet dan de andere typen. De speelwerkhouding van kinderen is gemiddeld in de midden-range.
  • De stimulering van de brede ontwikkeling van kinderen en het begeleiden van interacties tussen kinderen onderling blijken, evenals in voorgaande metingen, minder goed ontwikkeld te zijn en worden vaker als onvoldoende beoordeeld. Voor de buitenschoolse opvang laten de huidige gecombineerde resultaten een overwegend gelijk gebleven kwaliteit zien in vergelijking met voorgaande meting. Voor de gastouderopvang is het totaalbeeld eveneens gunstig.

Lees hier het hele rapport