GGD en LKK toetsen kwaliteit kinderopvang

Het toetsen van de kwaliteit van kinderopvang in Nederland wordt gedaan door zowel de GGD als LKK.De wijze waarop dat gebeurt, verschilt. Toezichthouders van de GGD komen meestal onaangekondigd langs en stellen vast of een locatie wel of niet aan de wettelijke vereisten voldoet. Het veldinstrument observatie pedagogische praktijk dat zij daarvoor hanteren, is gebaseerd op de vier pedagogische basisdoelen zoals die in de wetgeving zijn verankerd. Getoetst wordt of de kwaliteit die een locatie op een onverwacht moment kan laten zien tenminste voldoet aan de wettelijke standaard. LKK komt op afspraak langs bij een kinderopvanglocatie. Of de geobserveerde groep nou een hoge of lage kwaliteit laat zien, de resultaten worden alleen aan de groep zelf teruggekoppeld en zijn niet inzichtelijk voor anderen. 

Tijdens het congres Handhaving van de VNG en GGD GHOR vond een uitwisseling plaats tussen LKK en GGD. De LKK-bevindingen wat betreft de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland zijn grotendeels herkenbaar voor de toezichthouders. Zo herkennen zij het verschil in kwaliteit tussen horizontale en verticale groepen en het relatief beperkte spel- en activiteitenaanbod in de BSO's. Een interessante tip van de toezichthouders voor LKK is om ook het meest recente Inspectieoordeel mee te nemen in de kwaliteitsmeting. Omgekeerd sprak veel aanwezige toezichthouders aan dat de LKK-instrumenten de mogelijkheid bieden om op een gedifferentieerde manier naar de geboden kwaliteit op de groepen te kijken. Sommige toezichthouders hebben zich verdiept in andere instrumenten, zoals de schaal voor Welbevinden en Betrokkenheid van professor Laevers, om hun kijk op kwaliteit te verdiepen.