Aandacht voor de bemiddelingsovereenkomst tussen Gastouderbureau en Gastouder

Aandacht voor de bemiddelingsovereenkomst tussen Gastouderbureau en Gastouder

Volgens de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 augustus jl. is geconcludeerd dat de betreffende gastouder (GO) te weinig zelfstandigheid ten opzichte van het gastouderbureau (GOB) bezit om een onderneming aanwezig te achten. De rol, taak en functie van het GOB richting de gastouder is (te) belangrijk. Het is voor een GO belangrijk dat men kan aantonen voldoende zelfstandig te zijn ten opzichte van het GOB. Het is dus van belang dat de juridische positie van de GO ten opzichte van het GOB niet te dwingend is, maar wel voldoende om aan de wettelijke eisen te voldoen. Goede overeenkomsten tussen GO en GOB zijn hier een belangrijke factor. In de praktijk blijkt echter dat veel overeenkomsten dwingende onderdelen bevatten die de zelfstandigheid van de GO kunnen ondermijnen.

Daarom willen we even hierbij stilstaan en aandacht schenken aan de inhoud en het gebruik van overeenkomsten tussen GO en GOB.

Gebruik drie verschillende overeenkomsten:

  1. Bemiddelingsovereenkomst tussen GOB en vraagouder (VO)
  2. Bemiddelingsovereenkomst tussen GOB en GO
  3. Overeenkomst van opdracht tussen GO en Vraagouder

Eén overeenkomst met alle drie de partijen GO-GOB-VO:
Een zgn. ‘driepartijenovereenkomst’ vinden wij, om reden van zelfstandigheid en onafhankelijkheid, dus minder geschikt. Indien u nog werkt met deze overeenkomst dan adviseren wij om deze te vervangen voor drie aparte overeenkomsten.

De overeenkomst tussen de GO en VO:
In deze overeenkomst staan aanvullende bepalingen of afspraken tussen GO en VO. Het GOB heeft hier geen rol in. GO moeten deze overeenkomst zelfstandig kunnen sluiten. Het GOB mag een adviserende en ondersteunende rol innemen.

Bepalingen en voorwaarden in de bemiddelingsovereenkomst

Wij raden u ook aan om uw eigen bemiddelingsovereenkomst goed te controleren.
- Toezichthoudende bepalingen zoveel als mogelijk te beperken.
- Bepalingen die de zelfstandigheid van de GO onnodig schaden te schrappen.
Zoals:
- een vastgestelde hoogte of bandbreedte van het uurloon.
- het verbod of beperking op de samenwerking met andere opdrachtgevers/GOB’s.
- wees alert op woorden als “toezicht, verplicht, verbindt zich, niet toegestaan om”.
- tijdelijke beperking in ruil voor betaling van opleidingskosten.
Het wil niet zeggen dat dergelijke bepalingen in alle gevallen de zelfstandigheid helemaal onderuit halen, maar wees alert op voldoende tegengewicht bij het aantonen van de zelfstandigheid.

Overige tips:
Bovendien is het belangrijk dat de GO, binnen de wettelijke bepalingen, zoveel als mogelijk zelf verantwoordelijk wordt gesteld voor dagelijkse, pedagogische en administratieve activiteiten. Het is in deze ook essentieel dat de GO het (debiteuren)risico loopt wanneer de VO niet of te laat betaald. De bemiddelende rol van het GOB zou u juist moeten benadrukken.